Menswording

Inleiding:

 

Lieve mensen, van harte welkom Het is vandaag de 1e zondag van de Veertigdagentijd. Ik mag het niet over politiek hebben in de kerk. Maar het brandt me op de lippen om onze geopolitieke situatie  ter sprake te brengen. Het heeft ook zoveel te maken met waar het vandaag over gaat. Het gaat vandaag over de menswording, van ons, maar vooral en allereerst over die van Jezus. Die niet zó maar ‘menswording’ is, zoals we daarover  horen van Adam en Eva in de 1e lezing. Voor de ‘menswording’ van Jezus die de Christus is, geldt een heel andere categorie, nl de Incarnatie = de concrete menswording ( van vlees en bloed) van God op aarde. En daar heeft de H. Geest alles mee van doen. Wij kunnen hier niets veranderen aan de situatie zoals die zich in de wereld van vandaag aftekent, aan de kwaliteit van ‘menswording’ die we in belangrijke politieke figuren helaas (niet) zien. Wat wij hier  wèl kunnen doen is, dat wij Jézus’ menswording serieus nemen, en in navolging van Hem werk maken van ònze menswording. Daar worden we toe opgeroepen vandaag en heel de komende Veertigdagentijd. Zoals ik ooit eens heb horen zeggen: “Christus is mens geworden, nu wij nog”. Het is meer dan ooit dringend nodig in de wereld van vandaag dat wij doen, probéren te doen, wat wij zelf hier en nu kunnen doen! Met hart en ziel en verstand en lijf en leden, met alles wat in ons is.  Verbeter de wereld begin bij jezelf.  Laten we daar serieus werk van maken. Onze wereld schreeuwt erom. Ik ga er straks wat dieper op in. Laten we nu eerst ons hart tot God onze Vader richten, en even stil worden van binnen, helemaal zoals we zijn, om open en ontvankelijk te kunnen worden en om te kunnen ontvangen wat  Hij ons geven wil vandaag

 Eerste lezing: Genesis 2, 7-9; 3, 1-7

Uit het boek Genesis
In het begin boetseerde God de Heer de mens uit stof, van de aarde genomen, en Hij blies hem de levensadem in de neus: zo werd de mens een levend wezen. Daarna legde God de Heer een tuin aan in Eden, ergens in het oosten, en daarin plaatste Hij de mens die Hij geboetseerd had. God de Heer liet uit de grond allerlei bomen opschieten, aanlokkelijk om te zien en heerlijk om van te eten; daarbij was ook de boom van het leven midden in de tuin en de boom van de kennis van goed en kwaad. Van alle dieren, die God de Heer gemaakt had, was er geen zo sluw als de slang. Ze zei tot de vrouw: ‘Heeft God werkelijk gezegd dat ge van geen enkele boom in de tuin moogt eten?’. De vrouw zei tot de slang: ‘ Wij mogen wel eten van de vruchten van de bomen in de tuin. God heeft alleen gezegd: Van de vruchten van de boom die midden in de tuin staat moogt ge niet eten: ge moogt ze zelfs niet aanraken; anders zult gij sterven’. Maar de slang zei tot de vrouw: ‘Gij zult helemaal niet sterven. God weet dat uw ogen open zullen gaan als ge eet van die boom, en dat ge dan gelijk zult worden aan God door de kennis van goed en kwaad’. Toen zag de vrouw dat het goed eten was van die boom, en dat hij een lust was voor het oog, en hoe aantrekkelijk het was er inzicht door te krijgen. Zij plukte dus een vrucht en zij at ervan; zij gaf er ook van aan haar man, die bij haar stond, en ook hij at ervan. Nu gingen hun beiden de ogen open en zij ontdekten dat zij naakt waren. Daarom hechtten ze vijgenbladen aaneen en maakten daar lendeschorten van.

Tweede Lezing:   Romeinen 5,12-19 of 5,12.17-19

Uit de brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Rome.
Broeders en zusters, Door één mens is de zonde in de wereld gekomen en met de zonde de dood; en zo is de dood over alle mensen gekomen, aangezien allen gezondigd hebben.
(Er was immers reeds zonde in de wereld, voor de wet er was. Maar de zonde wordt niet aangerekend, waar geen wet is. Toch heeft de dood als koning geheerst in de tijd van Adam tot Mozes, dus ook over hen die zich niet op de wijze van Adam schuldig hadden gemaakt aan de overtreding van een gebod. Adam nu is het beeld van Hem die komen moest. Maar de genade van God laat zich niet afmeten naar de misstap van Adam. De fout van één mens bracht allen de dood, maar God schonk allen rijke vergoeding door de grote gave van zijn genade: de ene mens Jezus Christus. Zijn gave is sterker dan die ene zonde. De rechtspraak die volgde op de ene misstap liep uit op een veroordeling, maar de gratie die na zoveel overtredingen verleend werd, betekende volledige kwijtschelding.) Door toedoen van één mens begon de dood te heersen, als gevolg van de val van die mens. Zoveel heerlijker zullen zij die de overvloed der genade en de gave der gerechtigheid ontvangen, leven en heersen, dank zij de ene mens Jezus Christus. Dit betekent: één fout leidde tot veroordeling van allen, maar één goede daad leidde tot vrijspraak en leven voor allen. En zoals door de ongehoorzaamheid van één mens allen zondaars werden, zo zullen door de gehoorzaamheid van Een allen worden gerechtvaardigd.

 
Evangelielezing: Matteüs 4, 1-11.

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteüs
 In die tijd werd Jezus door de Geest naar de woestijn gevoerd om door de duivel op de proef gesteld te worden. Nadat Hij veertig dagen en veertig nachten had gevast, kreeg Hij honger. Nu trad de verleider op Hem toe en sprak: ‘Als Gij de Zoon van God zijt, beveel dan dat deze stenen hier in brood veranderen’. Hij gaf ten antwoord: ‘Er staat geschreven: Niet van brood alleen leeft de mens, maar van elk woord dat komt uit de mond van God’. Vervolgens nam de duivel Hem mee naar de heilige stad, plaatste Hem op de bovenbouw van een tempelpoort en sprak tot Hem: ‘Als Gij de Zoon van God zijt, werp U dan naar beneden, want er staat geschreven: Aan zijn engelen zal Hij omtrent U een bevel geven, dat zij U op de handen nemen, opdat Ge uw voet niet zult stoten aan een steen’. Jezus zei tot hem: ‘Er staat ook geschreven: Gij zult de Heer uw God niet op de proef stellen’. Ten slotte nam de duivel Hem mee naar een heel hoge berg, vanwaar hij Hem alle koninkrijken der wereld toonde in hun heerlijkheid. En hij zei: ‘Dat alles zal ik U geven, als Gij in aanbidding voor mij neervalt’. Toen zei Jezus hem: ‘Weg, satan; er staat geschreven: De Heer uw God zult gij aanbidden en Hem alleen dienen’. Nu liet de duivel Hem met rust en er kwamen engelen om Hem te dienen.

Overweging:

Bij de lezingen van vandaag kwam sterk in me op, dat het vandaag over de ‘menswording’ van Jezus gaat. En over de menswording van òns.  En over de rol van de H Geest daarbij. En ook nog eens over Zijn geboorte met Kerstmis, wat zo samenhangt met de komende Veertigdagentijd en Pasen. Het gaat dus om véél vandaag. Ik zal het proberen te ordenen.

Kerkvader Augustinus noemde de menswording van Jezus ‘de volledige menswording van Christus’.

Ik roep in herinnering hoe Jezus als kind geboren is. Nog niet eens zo lang geleden vierden we dat,met Kerstmis. Ook dáár speelde de H Geest al een prominente rol: Maria werd aangezegd, dat de H Geest over haar zou komen en de kracht van de Allerhoogste haar als een schaduw zou bedekken, en dat daarom Jezus heilig genoemd zou worden en Zoon van God.

Het evangelie van vandaag is met het stukje evangelie vlak hiervoor een wezenlijk kantelpunt tussen Kerstmis en de Veertigdagentijd, die uitloopt op Pasen.

Vlak vóór dit evangelie vertelt Mattheüs over de doop van Jezus, waarin de H Geest over hem neerdaalt en God uitspreekt en bevestigt dat Jezus Zijn welbeminde Zoon is: hier wordt het kindje Jezus door de H. Geest bevestigd tot de Christus, Zoon van God de Vader. Hier gebeurt waar Augustinus het over heeft, als hij het heeft over de ‘volledige menswording van Christus’.

We horen in de 1e lezing hoe God Adam, de eerste mens, de levensadem, de ‘ruach = Zijn Geest inblies en hoe de mens zo tot een levend wezen werd. Dat gaat natuurlijk ook over òns! En we horen duidelijk uitzeggen, dat onze menswording afhangt van de Geest van God die onze levensadem is. Zonder die levensadem komen wij niet tot Leven!

De 1e lezing verhaalt ook over de breuk tussen God en de eerste mensen, Adam en Eva. Adam en Eva waren niet bestand tegen de verleidingen van de duivel, die hen  van God afhielden. Jezus wordt de nieuwe Adam genoemd: in Hem wordt de relatie tussen God en de mensheid hersteld door Zijn Incarnatie, Zijn komst op aarde. Vandaag horen we daarover.

We horen hoe de Geest Zelf Jezus naar de woestijn voert om op de proef gesteld te worden. En heeft dat niet álles te maken met die ‘volledige menswording’ van Jezus?

Tot 3 x toe horen we Hem – in steeds andere bewoordingen –  antwoorden op de verleidingen van de duivel: ”de Heer uw God zult gij aanbidden en Hem alleen dienen”. Hièrin  bestaat Zijn ‘volledige menswording’  :”niet mijn wil doch uw wil geschiedde”. En dan komt die prachtige hymne uit Fil 2 in me op: “ Hij, die de gestalte van God had, maakte er geen aanspraak op aan God gelijk te zijn,   maar deed afstand van zijn positie en nam de gestalte aan van een dienaar. Hij werd gelijk aan de mensen, en als mens verschenen  heeft Hij zich vernederd en werd gehoorzaam tot in de dood – de dood aan het kruis.   Daarom heeft God Hem hoog verheven en Hem de naam geschonken die elke naam te boven gaat,   opdat in de naam van Jezus elke knie zich zal buigen, in de hemel, op de aarde en onder de aarde,  en elke tong zal belijden: ‘Jezus Christus is Heer,’ tot eer van God, de Vader.” En  vandaag horen we het begin van die ‘menswording’ van Christus, zoals beschreven in Fil 2.  Vandaag horen we hoe Jezus aan de verleidingen van de duivel wordt blootgesteld, hoe Hij wordt beproefd. Vandaag horen we hoe Hij niet bezwijkt, maar trouw blijft aan Zijn roeping. En dat gáát niet vanzelf. Ook voor Hèm is dat niet vanzelf gegaan. We lezen in de Hebreënbrief “dat Hij in de leerschool van het lijden gehoorzaamheid moest leren”, de gehoorzaamheid waar Fil 2 over spreekt, de gehoorzaamheid tot in de dood. Vandaag zijn we getuige van die beproevingen, en van Zijn gehoorzaamheid aan God. En vanaf vandaag gaan we in de komende Veertigdagentijd Jezus volgen, op Zijn weg naar die ‘gehoorzaamheid tot in de dood’ op Goede Vrijdag. Dáár bestaat Zijn ‘menswording’ uit. Dáárom wordt Hij ‘de nieuwe Adam’ genoemd: Adam die bezwijkt aan de beproevingen van de duivel, Jezus die de beproevingen van de duivel overwint. Zijn menswording, Zijn Incarnatie is niet anders dan wat in de Fil.brief wordt gezegd: Hij ontledigde Zich van Zichzelf: “Niet mijn wil doch Uw wil geschiedde”.  En dát wordt ons de komende Veertigdagen  voortdurend voorgehouden. En het gaat heus niet allemaal vanzelf, om Jezus na te volgen op die weg. Onze menswording gaat niet vanzelf. We hoorden het in de eerste 2 lezingen, over de zwakheid van de mens, over de kwetsbaarheid voor alle verleiding die van God afhoudt, de verleidingen en beproevingen waar Adam en Eva aan bezweken. Helaas weet ik uit eigen ervaring, en ik vrees dat dat voor ons allemaal geldt zoals wij hier bi j elkaar zitten, dát het niet vanzelf gaat allemaal. Ik word, wij allemaal worden voortdurend op de proef gesteld in ons leven. Lang niet  altijd alleen in grote beproevingen die veel van ons vragen,beproevingen van leven of dood, als we lijden onder ouderdom, ziekte of ander leed, maar vooral ook in de gewone dagelijkse dingetjes die ons overkomen, en waarin van ons gevraagd wordt om alleen God te dienen. Heel concreet: als we geen zin hebben om iets te doen wat goed of nodig is om te doen, als er iets van ons gevraagd wordt wat we móeilijk vinden, als we ruzie hebben met elkaar,  zóveel voorbeelden te noemen, maar altijd geldt  daarbij : als we ons ego opzij moeten zetten, ons eigen allerindividueelste willetje,  om in plaats daarvan Gòd te dienen = om ons te voegen in het plan dat Hij met ons heeft. Zoals Jezus ons vandaag voordoet. Het gáát niet vanzelf allemaal. Máár wij hóeven het ook niet ‘van zelf’ = alléén, helemaal in ons eentje te doen. Wij hebben een máchtige Helper, die vandaag ook prominent aanwezig is: de H.Geest, die onze zwakheid te hulp komt,  de H Geest die onze levensadem is. Laat dat even doordringen: de H. Geest zo concreet als onze adem. MAAR: wij moeten wèl méédoen, mee wíllen doen. Wij moeten Gods levensadem in- en uitademen, zo concreet als dat ademen nodig is in ons leven! Om de beproevingen te kunnen weerstaan.  Ook dát weet Jezus als geen ander. In de hof van Olijven zegt Hij aan Petrus: “de Geest is gewillig, maar het vlees is zwak. Bid dat je niet op de beproeving ingaat”. En dáár gaat het vandaag over. Dát doet Hij ons vóór vandaag, hóe wij dat moeten, kúnnen doen. En dáár worden we weer speciaal toe opgeroepen de komende tijd: te oefenen, tot ‘mènsworden’, zoals Jezus ons dat voordoet in de komende weken. Mènsworden, met behulp van de H Geest die in ons is, tot voorbij het kruis van Goede Vrijdag, tot Pásen, dat onze uiteindelijke menswording betekent: Páásmensen! Zo wordt duidelijk, dat wij – als wij tot ‘Paasmensen’  uitgroeien –  dat wij dán ècht Kerstmis kunnen vieren: dat dán Jezus ècht in Zijn volle maat in ons geboren kan worden! Dán zullen wij in navolging van Hem  echt ‘mens’ geworden zijn! Laten we zo deze Veertigdagentijd ingaan!

Amen, dat het toch zo moge worden…

 Slotgedachte

Vader, help ons de weg naar U te vinden

… Heer, help ons op te geven

de kleine vrees voor aardse veiligheid,

het laf verlangen naar behaaglijk leven;

maak voor de beproeving ons hart bereid,

niet wachtend op het grote ogenblik

maar overwinnend nú het laffe ik.

  Henriëtte Roland Holst- van der Schaik