Waar wij in liefdevolle vriendschap samen zijn, daar is God in ons midden!

Woorden ten Léven: met hart en ziel en verstand en lijf en leden…

(meditatie door Ghislaine, zomer 2008)

Om te geraken tot het bezit van alles: wil niets bezitten.
Om te geraken tot alles zijn: wees niets.
(
Johannes van het Kruis, uit: Berg der volmaaktheid)

Al tijden staan achter op ons misboekje teksten zoals de bovenstaande, van Johannes van het Kruis (1542-1591), een grote Spaanse heilige en kerkleraar. Het zijn vaak prachtige woorden die je een diep gevoel van vreugde kunnen geven. Alsof je eigen ziel iets herkent van wat hij daar uitzegt.

Deze woorden hebben een diepe betekenis, een diepe reikwijdte: als we (soms, even) in staat zijn iets ervan te ervaren, wéten we wat ze betekenen! Vasalis zegt dat zo mooi in een van haar gedichten: “Je wordt bespannen met heel andere snaren, en wie het niet ervoer die weet het niet”, met andere woorden: het gaat om iets heel nieuws, anders dan anders, maar als je het hebt erváren, dan wéét je het!

Dat ‘ervaren’ heeft te maken met doorleven = aan den lijve hebben meegemaakt waar die woorden over spreken. Zoals Johannes van het Kruis niet zo maar mooie woorden sprak, maar vanuit zijn eigen doorleefde ervaring iets kon verwoorden over de betekenis ervan.

Het doet me denken aan een paar Schriftteksten. Zo begint Ezechiel 3: “Hij zei tot mij: ‘Mensenkind, eet wat u wordt voorgehouden, eet deze boekrol op en richt dan het woord tot het volk van Israël’. Toen opende ik mijn mond en Hij gaf me die boekrol te eten. Hij zei tot mij: ‘Mensenkind, laat uw lichaam deze boekrol die Ik u geef opnemen en verzadig u ermee’.  Ik at dus de boekrol op; ze smaakte me zo zoet als honing”.

De boekrol opeten: kauwen en herkauwen, verteren, helemaal lichaamseigen maken. In de christelijke traditie worden monniken van oudsher gestimuleerd om zó met de Schriftteksten om te gaan, ze hebben er ook een woord voor: ‘ruminatio’(wat letterlijk ‘herkauwing’ betekent). Maar geldt dat niet ook voor ons allemaal, voor álles wat ons in het leven gebeurt? Veel van wat ons in het leven gebeurt, moeten we vaak en lang door ons heen laten gaan, moeten we herkauwen en verwerken, vóór we het echt gaan verstaan, voor het ons ‘eigen’ wordt…

In het laatste boek van de bijbel, Apokalyps (10:9), komt deze tekst van Ezechiël terug, al wordt daar toegevoegd dat het eten “bitter in uw lijf zal zijn, maar in uw mond zoet als honing”. En ja, het leven van Johannes van het Kruis is getekend geweest door lijden, wat toch ook bitter moet zijn geweest in de doorleving….en ook dát kan herkenbaar zijn in ons eigen leven.

Bij de evangelist Johannes is een wezenlijk verband te vinden. Zijn evangelie begint er al meteen mee: “In het begin was het Woord en het Woord was bij God en het Woord was God”, en even verder:  “Het Woord is vlees geworden en het heeft onder ons gewoond”. En zo is Jezus als vleesgeworden Woord van God op aarde gekomen. Even verder in het Johannes-evangelie spreekt Hij de bekende woorden: “Ik ben het brood des levens. (...) Als iemand van dit brood eet, zal hij leven in eeuwigheid. Het brood dat Ik zal geven, is mijn vlees, ten bate van het leven der wereld”.

Naadloos verschijnt hier de verbinding met de Eucharistie, waar wij worden uitgenodigd om het Lichaam en Bloed  van onze Heer – die immers zegt: “Ik ben het brood des levens” – tot ons te nemen, het Woord van God (de boekrol bij Ezechiël!) op te eten en ons ermee te verzadigen!

Het mysterie van de Incarnatie lijkt dan een beetje Licht te geven: Jezus als belichaming van het Woord van God die ook òns uitnodigt Hem in òns lichaam op te nemen opdat wij deelgenoot kunnen worden: “opdat zij allen één mogen zijn zoals Gij, Vader, in Mij en Ik in U…”. Zó lichamelijk mogen, ja moéten wij het mysterie van ons geloof ervaren. En er blijkt uit dat ‘geloven’ niet iets is wat we (alleen) met ons hoofd, met ons verstand doen, maar dat we er ons hele lichaam bij nodig hebben, dat het een mysterie is waarvan we helemaal doortrokken moeten (en mogen) raken, om te kunnen weten waar het over gaat, om dan op ònze beurt weer woorden te kunnen spreken om dit door te kunnen geven, zoals Ezechiël tot het volk van Israël. Of zoals Johannes van het Kruis, achterop ons misboekje….

Adembenemend, toch…?