Waar wij in liefdevolle vriendschap samen zijn, daar is God in ons midden!

Pinksteren

(meditatie bij het Pinksterfeest van 2010 door Ghislaine van Opstal)

Het feest van Pinksteren, het feest van de Geest,  is wellicht het meest voelbare, het meest ervaarbare van de grote Mysteries van ons geloof. Ik vermoed dat we allemaal wel eens een ervaring hebben opgedaan dat we ons geïnspireerd voelden, dat “de Geest vaardig over ons werd”, dat we ons ‘bevlogen’ voelden. Denk ook eens aan kunstenaars, of zelfs aan wetenschappers (Einstein bv.), die zich bewust waren, die vóelden dat hun inspiratie ‘van elders’ kwam…

Ik denk dat er diep in ons een openheid, een ontvankelijkheid, is voor de Inspiratie, die zo heel nauw samenhangt met wat Jezus ons is komen brengen – vergeet niet dat Hij ons daartoe “Zijn Geest gegeven heeft” – op Goede Vrijdag! – én ik denk dat we daar ook heel erg naar verlángen.

En ik denk dat precies het Pinksterfeest ons heel nauw in contact kan brengen met dat diepe verlangen dat in ons leeft. Het is als het ware het ‘verknopingpunt’, de samensmelting van de Weg, de Waarheid en het Leven: de Belofte die Jezus ons is komen brengen én ons eigen leven, hier op aarde, nú al! Precies door Zijn Geest hoeven we niet te wachten tot na onze dood om deel te (kunnen) worden aan het ’eeuwige leven’. Het is zelfs vooral dáárom te doen, dat wij nú al, hier op aarde, het Koninkrijk van God midden onder ons realiseren, dat wij Zijn Liefde tot leven brengen. Het ís er al, midden onder ons, rakelings nabij…

Als Zijn Geest in ons werkzaam wordt, dan gaan we daar langzaamaan steeds meer voor open. Maar dat gaat niet vanzelf: het is als een Geheim dat zich langzaamaan ontvouwt naarmate we er meer en langer en vooral ook ‘échter’ naar op zoek zijn. Het vraagt actief engagement! Het vraagt ‘alles’ van ons. Het vraagt inderdaad om een sterven aan alles wat ons daarvan afhoudt: “God zoeken en vinden in alles”, zoals Ignatius ons voorhoudt, is niet zo maar een mooie frase. Dat ga je heel concreet ervaren als er zich ‘van alles’ in je leven voordoet, aan moeizaamheid en pijnlijkheid, aan verdriet en onmacht, aan leed in welke vorm dan ook.

Ja, Jezus noemde het ‘een smalle weg’. Ik heb mezelf wel eens  afgevraagd waaróm het zó’n  smalle weg moet zijn. En ik vermoed dat velen met mij soms tot zo’n verzuchting komen. Maar desalniettemin: als ik dan – soms, even – iéts van de vreugde mag ervaren die Zijn Geest me geven kan, dan weet ik het ook weer. Dan voel ik hoe mijn diepste verlangen samenvalt met wat Zijn Geest me – soms, even – geven kan. En dan voel ik, hoe dié vreugde gedeeld wil worden, verder de wereld in. Onze wereld, onze tijd, die daar zo’n behoefte aan heeft. Wij állen, die daar zo naar uitstaan, zoals Augustinus al verwoordde: ”onrustig is ons hart tot het rust in U”…

Ik wens ons allen toe, dat wij ons – soms, even – zó bevlogen, zo ‘beGeesterd’ mogen voelen.

Want dan weten we, hoe heerlijk dat is, hoe dat gevoel niet te vergelijken is met een ander gevoel, en hoe ons dat tot een ‘zálig Pinksterfeest’ kan voeren. Dát wens ik mijzelf en ons allen toe: een zálig Pinksterfeest, een Pinksterfeest dat het hele jaar door gevoeld en gevierd kan worden!