Tussen Pasen en Pinksteren
(meditatie door Ghislaine)De drie grote kerkelijke feesten Kerstmis, Pasen en Pinksteren hebben ieder hun eigen voorbereidingstijd. Kerstmis heeft zijn Advent, Pasen heeft zijn Veertigdagentijd, maar met de voorbereidingstijd voor Pinksteren is iets aan de hand: hij duurt vijftig dagen, en hij wordt ‘Paastijd’ genoemd, we hebben het bijvoorbeeld over de zesde, de zevende week van Pasen. Het woord Pinksteren komt van Pentecoste = vijftigste, en het getal vijftig is uitdrukking voor ‘vervulling’.
Je zou kunnen zeggen dat het Pinksterfeest nauw met het Paasfeest verbonden is. Zou je mogen zeggen dat de Pinkstertijd begint op Goede Vrijdag, als we door Johannes aangezegd krijgen “dat Jezus de geest gaf”? En even verder in het Johannes-evangelie blaast de verrezen Jezus op de avond van de eerste dag (dat is onze Eerste Paasdag!) over Zijn leerlingen en zegt: “Ontvangt Gods heilige Geest”.
Maar nog meer: ook de Kersttijd wordt bepaald door de Geest. Een belangrijk moment in de Kersttijd is het feest van de doop des Heren, wanneer God zijn Geest laat neerdalen op Jezus: “Dit is Mijn Zoon, in Wie Ik welbehagen schep”… en laten we niet vergeten dat de heilige Geest over Maria kwam bij het begin van haar zwangerschap!
Zo zou je de drie grote kerkelijke feesten van het jaar wellicht kunnen zien als uitdrukking van de Triniteit, de Drievuldigheid van God. Op een wat ongebruikelijke manier zou je dan kunnen zeggen dat het Kerstfeest in zekere zin het feest is van de Vader, die door Zijn Geest te zenden Zijn Zoon geeft aan deze wereld, het Paasfeest is dan het feest van de Zoon die Zichzelf (= Zijn Geest) geeft voor ons, en het Pinksterfeest is dan het alles vervullende feest van de Geest, gave en Gever tegelijkertijd (donum et donans).
De Geest is dus nadrukkelijk aanwezig op alle drie de feesten: met het Kerstfeest in de nederdaling op Jezus (met de doop), met het Paasfeest als Jezus ‘de geest geeft’ op Goede Vrijdag, en met het Pinksterfeest als het alles vervullende feest van de heilige Geest zelf, als gave èn Gever tegelijk.
De week na Pinksteren wordt het feest van de Drievuldigheid gevierd: zondag Trinitatis.
Fascinerend is om te bedenken, dat de Geest gave èn Gever tegelijkertijd is, en daarmee wezen-lijk de uitdrukking van God die Zichzelf geeft aan de mensen. Dat lijkt me een cruciaal gegeven in het overdenken van het Mysterie dat/Die wij ‘God’ noemen. De Geest maakt zo deel uit van het diepste van Gods Wezen: God die Zichzelf geeft, uit Liefde tot Liefde…
Hij is de verbinding tussen de Vader en de Zoon, maar ook de verbinding tussen de Zoon en ons, en nòg verder: de verbinding tussen ons mensen: “opdat zij allen één zijn zoals Gij, Vader, in Mij en Ik in U, dat ook zij in ons zijn” ...
Eenzelfde eenheid, ook tussen ons allen! Dat is toch adembenemend als je dat tot je door laat dringen? En hoe concréét dat mogelijk is, kunnen we nog vinden in de Handelingen waarin over de eerste menigte die het geloof had aangenomen, geschreven wordt: “Zij was één van hart en één van ziel en (...) zij bezaten alles gemeenschappelijk” ...
Dat is wat we voortdurend vieren in iedere Eucharistieviering, sinds Jezus ons dat op Witte Donderdag als Zijn testament heeft nagelaten: Jezus die Zichzelf, Zijn Leven (= Zijn Geest), heeft gegeven voor ons, opdat wij allen in en door en met Hem, in en door en met Zijn Geest, één worden met Hem en Zijn Vader, èn met elkaar!
Zálig Pinksteren!
