Waar wij in liefdevolle vriendschap samen zijn, daar is God in ons midden!

Het lijden weegt niet op tegen de vreugde

(meditatie door Ghislaine van Opstal, Pasen 2009)

Deze woorden worden ons door Paulus aangezegd. Een fascinerende man, Paulus. In zijn brieven geeft hij zoveel van zichzelf, ongekend openhartig is hij, ook over alle tegenslag en pijn en moeite die hij in zijn leven heeft ondervonden. En dan kom je soms merkwaardige opmerkingen tegen. Merk-waard-ig = waard om (op)gemerkt te worden!

Want in onze tijd lijkt het net of alle pijn en moeite, of het lijden er niet mag, niet hoort te zijn. Of alles draait om de glitter en de glamour die ons zo veelvuldig wordt voorgehouden, alsof het dáárom zou gaan in het leven. Maar in mijn eigen leven merk ik – en ik vermoed dat het voor u die dit leest niet anders zal zijn – dat dat een valse voorspiegeling van zaken is. Er is – naast al het goede dat er is – ook veel zorg, en verdriet, en pijn en moeite … zo ìs het in het leven: het lijden ìs er. We schieten niet tekort, we doen niets fout als het ons tegen zit! Zo ìs het in het leven.

En dan komt Paulus met zo’n opmerking: dat het lijden niet tegen de vreugde opweegt! Dat is als het ware een concretisering van wat wij met Pasen vieren, een vertaling voor ons leven van alledag: de mysterievolle betekenis van het ‘sterven om te Leven’ dat wij met Pasen vieren, kan in het alledaagse leven concreet worden door deze uitspraak van Paulus: dat wij ons niet moeten laten kisten – de beeldspraak is veelzeggend! – door alle pijn en moeite, alle zorg en angst wellicht, die op onze weg komt. De vreugde is groter, kán groter zijn, zegt Paulus ons bemoedigend aan!

Maar het vraagt wel iets van ons, het gaat niet zo maar vanzelf. Dat lijken we gemakkelijk te vergeten, maar daar hebben we alleen onszelf mee. Het spreekwoord zegt: “oefening baart kunst”. Dat geldt voor álle kunst, maar – dus – ook voor de levenskunst, de geloofskunst: de kunst om te leven, om echt tot Léven te komen…! Ikzelf zou het niet redden met alleen maar een uurtje op zondag, en verder niet: daar gaat mijn geloof niet van léven! Het is broodnodige ‘dagelijkse kost’: zoals ons lichaam dagelijks voedsel nodig heeft om in leven te blijven, zo geldt dat ook voor onze ziel! Welk ‘voedsel’ zou Jezus bedoelen als Hij ons voorbidt: “geef ons heden ons dagelijks brood”, als we daarbij bedenken dat Hij van zichzelf zegt: “Ik ben het Brood des levens”?

We komen uit de vastenperiode, een periode van ascese. Het woord ‘ascese’ komt uit de Griekse sportwereld en staat voor de oefening die gevraagd wordt om tot resultaat te kunnen komen. Atleten die meedoen aan de Olympische Spelen weten daarover mee te praten!

En nu met Pasen vieren we de victorie: het grote Mysterie van ons geloof dat Jezus ons heeft voorgeleefd: Hij léeft! Hij lééft, tot op de dag van vandaag en tot in eeuwigheid…! Hij heeft het ons vóórgeleefd, en vraagt ons om Hem na te volgen, Hij wil ons dat ook zo graag geven: om te Léven…!

Ik wens ons allen toe, dat wij – door oefening en ascese, door gebed en overweging, door dagelijks onze ziel te voeden – steeds meer kunnen gaan begrijpen van  deze grote geloofsgeheimen, die ons aan den lijve kunnen doen voelen – soms, even – dat het wáár is wat Paulus zegt: dat het lijden niet opweegt tegen de vreugde!

Zálig Pasen!