“Bovendien voelde ik mij toen zwak, nerveus en angstig…”
(meditatie door Ghislaine van Opstal, najaar 2010)Deze woorden schrijft Paulus in het begin van zijn 1e Korintiërsbrief. Ach, wat hóud ik toch van Paulus, die zo heel herkenbaar en onbeschroomd over zichzelf schrijft, die zich op geen enkele manier groot houdt of zich beter voordoet dan hij is: “Ik heb mij aangesteld als een dwaas…” In zijn brieven laat hij alle ellende zien die hij heeft meegemaakt: “Ik heb harder gezwoegd, ik heb langer gevangen gezeten, ik had veel meer slagen te verduren en doodsgevaren zonder tal. (...) met zwoegen en tobben, veel slapeloze nachten, honger en dorst, vaak zonder eten, in koude en naaktheid…” Hij laat zijn onvermogen zien om te doen wat hij wil: “Wat ik wil dat doe ik niet en wat ik doe dat wil ik niet…” Hij spreekt onverbloemd over zijn eigen zwakheid, die hij fundamenteel is tegengekomen.
Kúnnen wij dat nog, kan ik dat nog: gewoon eerlijk toegeven dat ik mij zwak, nerveus en angstig voel, of mijn onvermogen hardop uitzeggen? Zonder dat dat afbreuk doet aan mijn zelfbeeld of wat anderen voor beeld over mij hebben? In onze tijd lijkt dat ‘not done’, in onze tijd draait veel, zo niet álles, om onze (eigen)machtigheid, de ‘maakbaarheid’, succes en prestatie, de glamour en de glitter, dát staat alles in hoog aanzien.
Maar dat is een illusie.
Als we te maken krijgen met leed, in welke vorm dan ook, dan leren we – door schade en schande heen soms – dat we lang niet alles in eigen hand hebben. Dán krijgen we lijfelijk te maken met wat Paulus hier schrijft: dat we ons zwak, nerveus en angstig voelen.
Maar tegelijkertijd kunnen we dan óók van Paulus leren, dat dat niet het einde is. Integendeel, het lijkt erop dat het een weg is om God écht toe te kunnen – leren! – laten in ons leven. Paulus leert ons, door zelf die lange weg te zijn gegaan, hoe wij in onze zwakheid Gód kunnen leren kennen. Ja, zelfs komt hij zo ver dat hij zich kan beroemen op zijn zwakheid, omdat juist dáárin Gods kracht voelbaar is geworden voor hem. Van Godswege is hem aangezegd: “Je hebt genoeg aan Mijn genade. Kracht wordt juist in zwakheid geboren”.
De paradox die we steeds tegenkomen op die wonderlijke weg van wat ‘geloven’ is, wordt ook hier zichtbaar. Het is de paradox van het kruis, de paradox van Goede Vrijdag: zonder Goede Vrijdag kunnen we immers geen Pasen vieren! Dát houdt Paulus ons voor: “Altijd dragen wij het sterven van Jezus in ons lichaam mee, want ook het leven van Jezus moet in ons lichaam openbaar worden”.
Wat ben ik toch vaak blíj, dat er zo iemand als Paulus is, die mij een spiegel voorhoudt, die mij vóórgaat op de weg die ik zelf probeer te gaan, en die mij bemoedigt en inspireert, en die mij leert dat ál mijn onvermogen, ál mijn zwakheid er gewoon mag zijn... in het Licht van Gods grote barmhartigheid en liefdevolle ontferming, die sterk maakt wat zwak is.
Wat kan mij dan nog gebeuren?
