Waar wij in liefdevolle vriendschap samen zijn, daar is God in ons midden!

Overweging van Clary bij haar vijftigjarig kloosterjubileum

15-1-2004

Teksten: Zacharia 2, 5-9; 14-15a, Lucas 24, 13-35

Lieve familie, lieve vrienden,
Als wij een mijlpaal in het leven gedenken, blijven wij in gedachten een ogenblik staan.
En dan denken wij terug met weemoed én vreugde aan wat in die jaren voorbij is gegaan.
Zo heb ik naar deze mijlpaal uitgezien. In het begin met wat spanning, maar gaandeweg kreeg ik er echt zin in. En ik heb me er goed op voorbereid. Eerst in een stille retraite in de Slangenburg en daarna, hoewel het soms proestend en niezend was, heb ik toch in stilte naar deze dag toegeleefd. Gouden kloosterjubileum:
50 jaar van de tijd, die wondere werkelijkheid die ons mensen gegeven wordt. Tijd die je hebt en die je niet hebt, tijd die lang kan duren en die voorbij kan vliegen, tijd die je gegeven wordt en waarvoor je tegelijk verantwoordelijk bent. Je kunt er zelf en samen met elkaar je eigen en onze gemeenschappelijke levensgeschiedenis van maken.
Er leven in deze dagen veel herinneringen. Heel persoonlijk leeft bij mij de uitnodiging van de Levende aan het begin: “Ik zoek mensen voor Mijn Liefde”.
Ik hield van God en ik wilde graag helemaal in Zijn dienst ook voor de mensen klaar staan.
En toen ik lezingen uitzocht voor deze viering, waren er heel wat teksten waardoor ik geraakt wordt.
En toch ben ik weer uitgekomen bij de Emmausgangers en bij de lezing van Zacharia.
Ik herkende in die Emmausgangers, en ik denk wij allemaal, mensen die enthousiast aan een levensweg beginnen, geraakt door de persoon van Jezus, in wie ze iemand ervaarden die heel diep verbonden was met Zijn Abba, met God en tegelijkertijd met heel Zijn hart open stond voor de mensen.
En zo zijn ze enthousiast mee gegaan en hebben daar 'Ja' op gezegd. Van harte.
Maar, en dat weten we allemaal maar veel te goed, dat 'ja ' is niet eenmalig. Dat 'Ja” wordt in ons leven iedere keer opnieuw uitgesproken. Soms door tranen en teleurstelling heen.
Soms in vreugde en dankbaarheid zoals vandaag. En die Emmausgangers, die hebben ook ervaren die diepe teleurstelling van : “Zijn we nou helemaal voor de gek gehouden. Is het dan allemaal onzin geweest? Deze Jezus in wie we zoveel hebben beleefd en ervaren, nu is Hij gekruisigd en het is afgelopen.”
En gelukkig, in die periode van “Hem zagen ze niet”, spreken ze dat uit, onderweg, de Emmausweg zou je kunnen zeggen. Ze spreken het uit vanuit het diepst van hun hart.
En heel gelukkig is het, als je in zo'n periode van je leven een tochtgenoot mag ontvangen die dat verstaat. En gaande de weg komen daarin de woorden van de Schrift tot leven en ontdekken we dat er Iemand met ons mee trekt die ons verwijst ook naar die  Schrift en zegt: “lees het maar, bij Mozes, bij Elia, bij Isaac, bij Abraham, bij Sara: het is altijd hetzelfde. Er is donker en licht, ziekte en gezondheid, opgewektheid en het niet meer weten en niet meer zien. En dáár doorheen mogen we langzaam maar zeker het rustige vertrouwen voelen groeien, dat we daar niet alleen in staan. Dat er iemand is die met ons mee trekt.”
En die Emmausgangers ervaren dat, gaande de weg. En ze drukken het naderhand uit in: “Brandde ons hart niet in ons, toen Hij onderweg tot ons sprak en ons de Schriften verklaarde.” En dan groeit er in deze mensen, en dat is zo herkenbaar in mijn eigen hart, het verlangen, dat deze Jezus, de Gekruisigd-Verrezene, dat Hij bij hen blijft. En dat zeggen ze ook: “Blijf bij ons, want het wordt avond."

En in het eenvoudige samenzijn in het dorpje Emmaus, en dat kan ons eigen dorp zijn, ons eigen huis, in dat eenvoudige samenzijn van breken en delen, deelt Jezus zichzelf mee, mensgeworden Liefde. En terwijl ze dat doen, verdwijnt Hij uit hun gezicht.
Maar hij ís al in hun hart. En dié ervaring geeft léven, geeft vreugde, en ze kunnen ook moedig terug naar de stad van de mensen, de stad van God. Om de weg van Jezus door te zetten, de weg van nabijheid bij mensen, van genegenheid, van tederheid. En als ik dat verhaal in mijn eigen leven terug voel en hoor, dan ben ik verwonderd, dat in het oude testament, het eerste testament, Zacharia dat op zijn eigen wijze zo verwoordt:
"Ik zelf, zegt de Eeuwige, zal met mijn luister midden in u, in jou wonen." Jerusalem, stad van God, stad van de mensen, de stad van mijn eigen hart, van onze gemeenschap en van de Kerk. En dat moet ópen blijven, daar is ruimte, niet meten, niet afpassen. Jerusalem moet open blijven, niet ommuurd. En waarom?
Om de vele mensen en dieren die in de stad wonen, bewogenheid om het leven, om het echte leven van mensen en de schepping. En er is om die stad, om ons hart, om ons huis een muur van liefde, van vuur, liefdesvuur. En ín Jezus zien we dat dat gekruisigd-verrezen liefde is, mensgeworden liefde, gewoon, buitengewoon.
Ik ben er voor jou, wil jij er ook voor Mij zijn?
In jou en in jou en in jou…..
Vijftig jaar lang een Emmaus-weg, een steeds vernieuwd "Ja". Dankbaar ben ik en in vrede.
De Heer is met mij, met ons, met onze wereld.
En Hij lééft, heel concreet, vol-ledig, in kleine tekenen van Aanwezigheid. In de stilte van mijn hart. In het samenzijn. In héél deze levensweg naar de voltooiing toe.
Er ligt een heel diep samen onder ons verlangen.
U in mij, ik in U.
Dat mogen we ook nu in dit samenzijn vieren.
Daarin weten we ons verbonden, hoe verschillend we dat ook beleven, hoe verschillend we ook zijn. Daarin houden we van elkaar. En gaan we vertrouwvol onze Emmaus-weg verder.

Blijven we enkele ogenblikken stil bij wat ons hart nu raakt.