Waar wij in liefdevolle vriendschap samen zijn, daar is God in ons midden!

Het onverwoestbare Leven...

(meditatie bij Advent 2007 door Ghislaine)

De bladeren zijn nu nagenoeg allemaal afgevallen. Winter wordt het, met kale takken alom. Maar de natuur doet ons voor, hoe die kale ‘dode’ takken het nieuwe leven voor straks in de lente al in zich dragen, het onverwoestbare Leven…

Zo is het ook met ons. Ik denk dat de Advent de tijd bij uitstek is die ons uitnodigt om daar weer opnieuw mee bezig te zijn: midden in de winter ons klaarmaken voor het Leven, net als de natuur om ons heen. Midden in alles wat lijkt te sterven in ons, als de afgevallen bladeren, voelen dat het Leven in ons leeft en wacht om tot bloei te kunnen komen. Daarom zijn Kerstmis en Pasen zo onverbrekelijk met elkaar verbonden. Jezus is op aarde gekomen om ons vóór te doen en vóór te leven hoe wij het Leven, het eeuwige Leven, al in ons dragen. En hoe wij dat tot bloei kunnen laten komen, tot Léven… ook nú al, nog tijdens ons leven hier op aarde! “Ik ben de Weg, de Waarheid en het Leven,” zegt Hij. Die Weg gaat langs Golgota om tot Pasen, het eeuwige Leven, te kunnen komen!

Maar hoe voltrekt zich dan dat proces van (opnieuw) tot Léven komen aan òns, dat proces dat zich ieder jaar zo moeiteloos en als vanzelf in de natuur om ons heen hernieuwt? Ik denk dat het te maken heeft met het proces van onszelf steeds beter te leren kennen. Evagrius Ponticus, een belangrijke woestijnvader uit de 4e eeuw, zei: “Als je God wil kennen, leer dan jezelf kennen”. Het heeft met onderscheidingsvermogen te maken: wat wil ik nou ècht? Dat dilemma kennen we allemaal, Paulus heeft het al onder woorden gebracht: “Wat ik doe dat wil ik niet, en wat ik wil dat doe ik niet”. Ik heb gemerkt dat het kan helpen om die verschillende lagen in mijzelf te onderscheiden. Heel concreet wordt dat al duidelijk in een alledaags voorbeeld: “Ja, ik wil, ik heb zin in dat gebakje, maar ik wil afvallen, dus ik neem dat gebakje niet”. Zó concreet kan ook de navolging van Jezus worden, het èchte “tot Léven komen”: alles láten wat mij er vanaf houdt om te bereiken wat ik ècht wil: het èchte Leven, het eeuwige Leven.

Vandaag, terwijl ik dit schrijf, vieren we Christus Koning, de laatste zondag van het kerkelijk jaar. Volgende week begint de Advent, het begin van de Kersttijd. Op deze laatste zondag lezen we het aangrijpende evangelieverhaal van Jezus aan het kruis, bespot door de soldaten om hem heen: “Als Gij de koning der Joden zijt, red dan uzelf”. Ons wordt op de laatste zondag van het jaar voorgehouden dat het niet om macht gaat in het leven, maar om te dienen. Het gaat erom je leven te geven om tot het èchte Léven te kunnen komen. Dit is een thema dat het hele kerkelijk jaar door ons begeleidt. Het is het thema dat het Kerstfeest met het Paasfeest verbindt. Eigenlijk houdt de ‘Adventstijd’ nooit op, gaat het hele jaar door, gaat ons hele leven door… Dat het kerkelijk jaar steeds opnieuw hetzelfde ritueel voltrekt, van Advent tot Christus Koning en dan weer opnieuw, kan ons helpen. Het helpt ons om daar steeds meer en steeds dieper bewust van te worden, om door de ‘herkauwing’, de ‘ruminatio’ in de monnikentraditie, steeds dieper ingevoerd te raken in het Mysterie van ons geloven: dat ik het geheim van wat ik wil steeds dieper leer doorgronden, en er steeds meer gehoor aan leer te geven: geboren worden tot het onverwoestbare Léven …!

Ik wens ons allen een Zálig Kerstfeest = een Zalig Gebóórtefeest!