De kerststal
Het arme hart is veel te kleinom woning voor de Heer te zijn,
het rekt en trekt en voelt de pijn
van het alsmaar groter willen zijn…
In het begin van zijn Belijdenissen zegt Augustinus letterlijk wat bovenstaand gedichtje wil verwoorden: "Eng is het huis van mijn ziel: laat het door U verruimd worden, dat gij er komen kunt".
Als we beginnen te ervaren hoe oneindig gróót Gods Liefde is, en hoe wij daar in onze menselijke kleinheid niet aan kunnen tippen, dan kun je tot zulke uitspraken komen. Gods Liefde is zo gróót. Hebben wij eigenlijk wel echt besef van wat dat is: liefde? Ik begin steeds meer te voelen, dat ik dat níet heb. En dat wat wij mensen onder 'liefde' verstaan, nog bij lange na niet is wat onder Zijn Liefde verstaan kan worden. Ga er maar aanstaan: je naaste liefhebben als jezelf! Alsof beide zo maar gaat. Zowel mijzelf echt 'liefhebben' als mijn naaste net zo liefhebben: lukt mij dat? Om dan nog maar niet te spreken van het "je vijand liefhebben": als ik dat eens concreet laat worden, in de gewone dagelijkse ergernisjes en verdrietelijkheden, wat breng ik daar dan van terecht? Laat staan in de gróte moeilijke en pijnlijke ervaringen die we aan elkaar oplopen in het leven – blijft het woord 'liefhebben' dan nog wel van kracht?
Het ziet er maar schamel uit, in dat kleine, tekortschietende hartje van mij. Het is niet veel beter dan die kerststal in Bethlehem, waar Zijn geboorteverhaal zich afspeelt. En daarmee is dat een prachtig beeld voor hoe het er in het hier en nu met ieder van ons voorstaat! Als we op die manier de Bijbel leren lezen en verstaan, merken we dat het ons heel direct en concreet in ons eigen leven raakt: het gaat echt over óns, in het concrete hier en nu!
En het is dáár, dat Hij komen wil, dat Hij 'geboren wil worden', dat Hij mens wil worden: in ieder van ons, in die schamele 'kerststal' van ons hart, zo arm en klein.
Ons hart is de kern van ons bestaan, letterlijk en figuurlijk: al in het Oude Testament zegt Jeremia ons aan, dat dáár, in ons hart, God Zijn nieuwe verbond met ons sluit: "Ik zal hun God, en zij zullen mijn volk zijn". Een diepe verbondenheid, tussen God en ons, wederkerig: Hij met ons, wij met Hem! En Jezus sluit daar naadloos op aan: "een nieuw gebod geef Ik u: gij moet elkaar liefhebben; zoals Ik u heb liefgehad, zo moet ook gij elkaar liefhebben." Daar wordt het verbond verdiept: zoals Hij ons heeft liefgehad, zo moeten ook wij God liefhebben én elkaar!
Daar ligt de echte navolging van Hem: dat wij Hém laten mensworden in ons, dat wil zeggen dat wij steeds meer worden als Hij, dat ons hart steeds meer wordt opgerekt en verruimd om Zijn Liefde er in te laten passen. Dat Hij, mensgeworden in ons, in en door ons heen tot Leven komt.
Ach, als we dat eens zouden kunnen, wat een prachtig Kerstfeest zou dat worden, wat een Geboortefeest: Hij in ons …! Een Kerstfeest dat niet meer ophoudt, dat alsmaar dóórgaat… Ik wens mijzelf en ons allen toe, dat we steeds maar weer ons hart laten rekken en trekken, en de pijn durven voelen daarvan, om steeds meer woning voor de Heer te kunnen worden…
Zalig Kerstfeest!
(meditatie door Ghislaine van Opstal bij het Kerstfeest van 2010)
