Waar wij in liefdevolle vriendschap samen zijn, daar is God in ons midden!

‘Kerstbeleving’

(door Ghislaine, Advent 2008)

Het kwam gisteren op het nieuws, hoe wij verlangen naar de ‘kerstbeleving’, en hoe wij die in de tuincentra en warenhuizen kunnen vinden, en kópen natuurlijk! Ieder jaar een nieuwe Kerst, met nieuwe ballen passend bij de laatste trend, en glitter en glamour… enfin, Kerst te kust en te keur, te koop, voor elk wat wils!

Als ik dan denk aan mijn eigen leven, en aan het leven van zóveel mensen – en het geldt voor ons allemaal, in meer of mindere mate, vroeg of laat krijgen we er allemaal mee te maken: een leven met pijn en moeite, een leven met ziekte, zorgen en verdriet, met lijden en eenzaamheid –, dan schetst dat wel een heel ándere realiteit, maar wel een realiteit zoals die er is. Tegen alle glitter en glamour in waar wij mee worden overspoeld, alsof het zó zou horen, alsof dát is waar wij naar moeten streven, is er gewoon die dagelijkse realiteit van u en mij, die helemaal niet zo vol glitter en glamour is. En we moeten, ja we mógen ons afvragen, zeker in deze adventstijd die zo vol hoopvolle verwachting is, die zo uitziet naar het Licht in alle duisternis, waar het nou écht om gaat in een mensenleven, in óns leven.

Hebben we de boot gemist, als we het moeilijk hebben?

Ieder tijd heeft zijn eigen ‘tijdgeest’ en daar worden we door beïnvloed. Het helpt als we ons daar bewust van worden, en ons daar zelf-standig toe verhouden, vanuit onze eigen realiteit. Onze tijd is een tijd van ‘eigenmachtigheid’, van ‘maakbaarheid’, van ‘genotzucht’ ook, om maar een paar dingen te noemen.

Daar kom ík niet mee klaar, als ik naar mijn eigen leven en dat van vele anderen kijk: er is zóveel wat ik níet in eigen hand heb, wat om overgave vraagt. Er kan – van tijd tot tijd – zoveel verdriet en líjden zijn. De genotzucht die me wordt voorgehouden, daar gééf ik niet om, die maakt mij niet te-vrede-n. Ik zoek, er is een diepe drang in mij die mij doet zoeken, naar wat mij wél kan be-vredi-gen.

Het vraagt wel wat stilte, wat tijd om in te keren, om tot mijzelf te komen, om die diepe drang überhaupt te kúnnen ervaren. Stilte… die is óók niet populair in deze tijd, in deze ADHD-cultuur met zijn verregaande onrust allerwegen, waar er soms een soort wedstrijd op tv lijkt te zijn wie het snelste kan praten, wie (letterlijk!) het meest ‘flitsende’ programma heeft. Ach, het is zo doorzichtig allemaal, hoe we de trends denken te moeten nalopen, en ik word er zo móe van…..!

Wat mij echt opvrolijkt, wat me echt blíj maakt, wat vreugde in mij doet opborrelen, zomaar, onverwachts en onverdiend, ‘zómaar’, gratuit, … wat mij in contact brengt met wat ik diep van binnen zóek, dat vind ik niet in de tuincentra met Kerst: dat vind ik bijvoorbeeld in de prachtige Jesaja-teksten die zo bij de Advent horen.

Hoopvolle teksten. Teksten die de donkerte niet ontkennen, die de donkerte érkennen, omdat die nu eenmaal bij ons mensenleven hóórt. Maar teksten die niet het laatste woord geven aan die donkerte, die midden in de donkerte over Licht durven – en kunnen! – spreken. Teksten die ons de Boodschap brengen dat de zaken ómgekeerd kunnen en zullen worden, en die van ons vragen om daaraan mee te doen, dat ook wíj ‘omkeren’, omdat daarin de Belofte schuilt die ons hart van vreugde doet opspringen in ons: “over hen die wonen in een land vol duisternis gaat dan een stralend licht op, uitbundig laat Gij hen juichen en overstelpt hen met vreugde” (Jes. 9:1-2).

Het kan niet luid genoeg verkondigd worden: “Verhef met kracht uw stem, gij Jeruzalem, bode van vreugde” (Jes. 40:9).

Jesaja zegt ons ook hóe die vreugde ons deel kan worden: “Wees niet bevreesd, want Ik ben met u; wees niet beangst, want Ik ben uw God; Ik maak u sterk en sta u bij, Ik ondersteun u met mijn zegenrijke hand” (Jes. 41:10). “Want Ik ben JHWH, uw God, de Heilige van Israël, uw Redder; Egypte geef Ik om u los te kopen, Kus en Seba geef Ik in uw plaats: zó kostbaar zijt gij in mijn ogen, zó waardevol: Ik heb u lief” (Jes. 43:3-4).

Daar hoeven we niet de laatste modetrends voor na te lopen, nee, we worden nu al bemind, we zijn kostbaar, Hij heeft ons lief! Zómaar, gratuit…

Maar helemaal vanzelf zal het niet gaan. Dat vergeten we wel vaak, maar het vraagt iets van ons. Jesaja zegt het ons aan: niet bevreesd te zijn, niet beangst. Het vraagt dat ook wij ‘omkeren’ = ons op díe golflengte afstemmen in ons leven, het vraagt gelóóf. Het belooft ons niet een zorgeloos bestaan, vol glitter en glamour. Het is geen toverformule die alle verdriet en zorg en eenzaamheid wegtovert.

Het is een soort paradoxale belofte: ín het donker zal het Licht gaan schijnen, zodat we kunnen gaan zeggen: “Het donker is mij licht genoeg”. Het donker is dan niet wég, maar het is ‘licht genoeg’ geworden. Zou dáárin de ondersteuning te vinden zijn wanneer we angstig en bevreesd zijn? Is dát de ‘omkering’ die van ons gevraagd wordt, omkering die ook ‘inkering’ is, inkering naar bínnen, naar wat er diep in ons diepste diep aan Leven leeft. Zoals Augustinus de vindplaats van God aangeeft: intimior intimo meo, intiemer dan het meest intieme van mijzelf!

Ja, ik wens ons allen toe om voor de echte “kerstbeleving” een paar Jesaja-teksten na te lezen en op ons in te laten werken, er de tijd voor te nemen, stil te worden en ze werkzaam te laten worden in ons … Wat een zálig Kerstfeest zal dat worden!

Zálig Kerstfeest!